English

Nederigheid

Door John & Lisa Bevere

Bijbelstudie – aflevering 1 – 2001

Nederigheid

Terwijl ik zat na te denken over het aankomende jaar – waarmee tussen haakjes het nieuwe millennium begint – gingen mijn gedachten onweerstaanbaar in de richting van een karaktereigenschap, die wij de komende tijd allemaal zullen moeten ontwikkelen. We zullen niet zonder kunnen, willen we voorbereid zijn op datgene wat ons te wachten staat aan de horizon van het komende tijdperk.
Het gaat om de goede karaktereigenschap van nederigheid. Het is niet voldoende om er alleen maar een oppervlakkige kennis van te hebben: we zullen voortdurend in deze deugd moeten wandelen. Want God schenkt genade aan de ootmoedigen en de gebrokenen van hart – zij die volledig van Hem afhankelijk zijn.
We zien hoe nederigheid – of volledige afhankelijkheid van Gods genade B aan ons voorgeleefd wordt door Paulus. Hij schrijft: “Daarom durf ik mij toch op mijn zwakheden te beroemen. Omdat dan de kracht van Christus in mij gezien kan worden” (II Korintiërs 12:9-10, Het Boek). Hiermee had hij vooruitgang geboekt in zijn leven; wanneer u hiervan studie maakt, zult u ontdekken, dat hoe ouder Paulus werd, des te meer werd hij afhankelijk van de genade van God en des te minder vertrouwde hij op eigen kracht, talenten of capaciteiten. Zij houding is een voorbeeld van nederigheid. Hoe langer hij leefde, des te meer ledigde hij zichzelf omwille van Christus.
Toen hij net bekeerd was, verootmoedigde Paulus zich door alles wat hij tot dan toe had bereikt los te laten en de status die hij in het vlees had bereikt te verloochenen. Naar eigen woorden had hij meer reden om zich te beroemen dan wie dan ook B hij was immers een uitgesproken Hebreeër. “Maar al deze dingen, waar ik vroeger zoveel waarde aan hechtte, zijn voor mij waardeloos geworden omdat ze mij afhielden van Christus” (Filippenzen 3:7, Het Boek). Iedereen die bij Jezus komt en die echt wedergeboren is, reist naar deze plek. En voor de meesten kost het weinig moeite om datgene wat we tot dan toe hebben bereikt te beschouwen als vuilnis. Maar hoe zit het met de dingen die we bereikt hebben in Christus nadat we gered zijn? Dat is soms een totaal ander verhaal.
Jaren na zijn bekering werd Paulus gewijd tot apostel. Hij ontving een overvloed aan geestelijke openbaringen en wijsheid, die hem in staat stelden veel te bereiken in zijn dienst van de Heer. Hij stichtte kerken in heel Klein-Äzië en Oost-Europa. Hij had zijn successen van voor zijn bekering al losgelaten, maar hoe zat het met de periode nadat hij een leider in de kerk was geworden? Zou wijsheid en succes zijn hart verhogen, of zou hij blijven vertrouwen op Gods genade?
In het jaar 50 schrijf hij een brief aan de een gemeente, die hij gesticht had op onontgonnen terrein in Korinte. Hij schreef deze tijdens zijn derde grote zendingsreis van de vier die hij in zijn leven volbracht. Hij stond tien jaar voor zijn dood en was een ervaren veteraan in de dienst van Jezus. Maar luister naar wat hij zegt: “Ik ben de minste van alle apostelen en zou niet eens apostel mogen worden genoemd, omdat ik de Gemeente van God vervolgd heb” (I Korintiërs 15:9, Het Boek).
Hoort u de nederigheid in deze woorden? Hij vindt zichzelf niet eens waardig om de naam “apostel” te dragen, vanwege de verschrikkelijke dingen die hij gedaan had, voordat hij Jezus ontmoette. Maar juist daardoor ontving hij waarschijnlijk de grootste openbaring van Gods vergevingsgezindheid. Hij was een levend getuigenis, dat iemand die in Christus is, een nieuwe schepping is. De oude morele en geestelijke toestand heeft afgedaan en alle dingen zijn nieuw geworden (II Korintiërs 5:17).
Midden in de overvloed aan openbaring en ondernemingen in zijn bediening, bleef hij toch denken aan de omvang en grootheid van Gods genade. Ik wil duidelijk maken, dat dit geen valse bescheidenheid is. Surrogaat nederigheid kan heel goed politiek correcte woorden gebruiken om nederig te lijken, terwijl er geen nederigheid van hart en denken is. Zij is misleidend en vals. Maar onder de inspiratie door de Heilige Geest is het onmogelijk om te liegen! Dus wanneer Paulus schreef, dat hij de minste van alle apostelen was, ging het niet om politiek correct jargon, maar om ware nederigheid.
En kijk nu eens naar de onmiddellijk volgende uitspraak van Paulus: “want ik heb harder gewerkt dan de andere apostelen. Toch heb ik dat niet zelf gedaan, maar deed God het door Zijn genade” (II Korintiërs 15:10, Het Boek). “Ik heb harder gewerkt dan de andere apostelen”. Wacht even. Is Paulus nu aan het opscheppen? Want deze uitspraak klinkt behoorlijk arrogant. Maar toch is hij dat niet. Er klinkt nog een verklaring in door van Paulus´ afhankelijkheid. Hij liet zijn inschatting van zichzelf als de minste van alle apostelen volgen door de erkenning, dat alles wat hij gedaan had alleen Gods genade was geweest. Hij was er zich volledig van bewust, dat alles wat hij op geestelijk gebied had bereikt, was voortgekomen uit de capaciteiten die God hem had gegeven. Paulus beschrijving van zichzelf als “de minste van alle apostelen” is moeilijk verteerbaar. Zowel in zijn eigen tijd als door heel de kerkgeschiedenis is hij beschouwd als een van de grootste apostelen. Kijk in dat licht eens naar wat Paulus zeven jaar later in 62 zei tegen de Efeziërs, vier of vijf jaar voor zijn overlijden. In die voorbije zeven had hij meer bereikt dan in welke andere periode in zijn leven ook. Hij beschrijft zichzelf nu als volgt: “Mij, verreweg de geringste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen, aan de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen” (Efeziërs 3:7-8).
Zeven jaar eerder had hij zichzelf “de minste van de apostelen” genoemd. En nu beschrijft hij zichzelf als geringer dan elke andere heilige! Wat? Als iemand zich toch zou kunnen beroemen op zijn christen zijn en leiderschap, dan was het toch zeker wel Paulus. Maar hoe langer hij de Heer dient, des te kleiner denkt hij van zichzelf. Zijn nederigheid groeit gestaag. Zou dat de reden kunnen zijn voor het feit, dat de genade van God over zijn leven steeds meer toenam bij het ouder worden? Zou dit de reden kunnen zijn, waarom God hem de openbaring van Zijn wegen zo diepgaand toevertrouwde, dat het zelfs de apostel Petrus verbaasde? (zie II Petrus 3:15-16). De Psalmist verklaart: “Hij leert ootmoedigen zijn weg” (Psalm 25:9). Nu we dat weten, is dat dan ook de verklaring voor het feit, dat Mozes de wegen van God zo goed kende? Dezelfde man van wie God zegt: “Mozes nu was een zeer zachtmoedig man, meer dan enig mens op de aardbodem” (Numeri 12:3). Wellicht kenden beiden een geheim voor de vertrouwelijke omgang met God, die maar weinig anderen hadden geleerd. Want alleen tijdens vertrouwelijke momenten openbaart God Zijn wegen.
Tegen het eind van zijn leven B rond het jaar 64 tot 66 B schrijft Paulus twee brieven aan Timoteüs en daarin beschrijft hij zichzelf als volgt: “Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, onder welke ik een eerste plaats inneem” (I Timoteüs 1:15). Nu noemt hij zichzelf de ergste zondaar! Let er op dat hij niet zegt: “Ik sta op de eerste plaats”. Nee, na jaren waarin grootse dingen zijn bereikt, is zijn belijdenis niet: “Ik heb dit alles tot stand gebracht en mijn bediening verdient daarom respect”. En evenmin laat hij zich voorstaan op het grote werk dat hij heeft gedaan om op grond daarvan het respect voor een ware apostel op te eisen. Hij zegt niet: “Ik ben de minste van de apostelen”, zoals hij dat jaren geleden deed. En evenmin: “ik ben de geringste onder de heiligen”. Maar nu is het: “Onder alle zondaren neem ik de eerste plaats in”. Hoewel hij wist, dat hij in Christus rechtvaardig voor God was (II Korintiërs 5:21), verloor hij nooit het zicht op Gods genade en goedertierenheid. Integendeel, hoe ouder hij werd, des te meer steunde hij op Gods genade.
Dit verklaart ook een andere uitspraak van Paulus tegen het einde van zijn leven: “Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar een ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus” (Filippenzen 3:13-14). Kunt u de nederigheid in deze woorden horen? “Ik ben er nog niet en wat ik bereikt heb laat ik achter in mijn gedachteleven.” Hij benoemt dat wat hij bereikt heeft “niets”, vergeleken bij zijn streven naar de volle kennis van Christus. Let er goed op, dat Zichzelf openbaart aan de ootmoedigen! Ziet u ook dat Paulus zegt: “ik jaag naar het doel”. Als er sprake is van het najagen van iets, wil dat zeggen dat er ook sprake is van verzet en tegenstand. En een van de grootste struikelblokken voor onze roep naar boven is trots. En trots is moeilijk te onderkennen, want zijn tactiek is buitengewoon subtiel.
Wanneer we het leven van Jezus bestuderen, ontdekken we dat Hij complimenten niet aannam, maar die altijd doorverwees naar Zijn Vader. Hij gaf zelfs degenen die door Hem werden genezen de opdracht niet rond te bazuinen wat er gebeurd was, maar God de eer te geven. Een rijke jongeman kwam bij Hem en zei “Goede Meester”. Maar Jezus antwoordde snel, dat allen God goed is. Was Hij niet Gods Zoon? Was Hij Zelf dan niet goed? Toch wilde Hij geen lof van mensen ontvangen; Hij wilde dat alleen Zijn Vader verheerlijkt werd. Maar de enige deugd waarop Hij Zich wel beroemt is nederigheid. Hij zegt: “Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen” (Matteüs 11:28-29).
Laat het bij het begin van dit nieuwe millennium ons gebed en doel zijn uit te munten in nederigheid. De zegeningen ervan zijn onuitsprekelijk heerlijk en schitterend. Zijn genade zal aangetrokken worden naar degenen die deze roep aannemen als een magneet, wanneer wij binnentreden in de vertrouwelijk omgang met onze Heer en Heiland Jezus Christus.
Deze bijbelstudie is een vertaling van de nieuwsbrief ‘Messenger’ van John Bevere Ministries – 2001 Volume 1.
Met toestemming van het Europese hoofdkantoor van John Bevere Ministries is deze bijbelstudie op de website van de Elia Stichting geplaatst, omdat onze Stichting steeds nauwer gaat samenwerken met John Bevere Ministries.
Copyrights © 2004 Elia Stichting / Alle rechten voorbehouden. Reproductie en/of presentatie, geheel of gedeeltelijk in welke vorm dan ook zonder schriftelijke toestemming van Elia stichting geldt daarom als schending van het copyright.

Zoeken