English

Leven zonder spijt

“Want er is niets verborgen, dat niet aan het licht zal komen, en niets geheim, dat niet zal bekend worden en aan het licht komen.” (Lucas 8: 17)
Als je wilt leven zonder spijt, dan moet je een leven leiden met een doel en met het oog op de toekomst. Bij een klein kind gaat spijt heel snel voorbij: ik had dit of dat niet moeten doen. En dikwijls dient die spijt zich onmiddellijk aan. Bij volwassenen gedraagt spijt zich anders, want er zijn geen ouders die regelmatig zoek- en reddingstochten voor ons op touw zetten. Maar al te vaak worden we in onze jonge jaren experts in geheime operaties, waarin we heel handig verbergen wat we aan het doen zijn. We redeneren daarbij: wat niet weet, wat niet deert. We zijn zo dwaas te geloven,

Door Lisa Bevere

Bijbelstudie – aflvering 3 – 2002

Leven zonder spijt

“Want er is niets verborgen, dat niet aan het licht zal komen, en niets geheim, dat niet zal bekend worden en aan het licht komen.” (Lucas 8: 17)
Als je wilt leven zonder spijt, dan moet je een leven leiden met een doel en met het oog op de toekomst. Bij een klein kind gaat spijt heel snel voorbij: ik had dit of dat niet moeten doen. En dikwijls dient die spijt zich onmiddellijk aan. Bij volwassenen gedraagt spijt zich anders, want er zijn geen ouders die regelmatig zoek- en reddingstochten voor ons op touw zetten. Maar al te vaak worden we in onze jonge jaren experts in geheime operaties, waarin we heel handig verbergen wat we aan het doen zijn. We redeneren daarbij: wat niet weet, wat niet deert. We zijn zo dwaas te geloven, dat niemand ooit achter onze geheimen zal komen. Maar we realiseren ons niet, dat het zaad van spijt gezaaid is en dat dit onopgemerkt zal blijven groeien in de voedingsbodem van onze jeugd. En dikwijls wacht het totdat het volgroeid is, voordat het zich vanuit ons verleden aandient, waarbij het zich op het meest ongelegen moment openlijk aan ons voorstelt.
Let, als u wilt, op het woord “niets” in de aangehaalde tekst. Er zit niet veel speelruimte voor vergissingen in dit woord: niets betekent geen enkel ding. Maar al te vaak lezen we bijbelteksten zoals deze en verbeelden we ons dat we slimmer zijn of dat wij ons aan de inhoud kunnen onttrekken. Maar op die manier weigeren we om grip te krijgen op de betekenis. We slaan ze bij ons bijbellezen over en redeneren, dat God ons nooit in verlegenheid zal brengen. Maar wanneer wij stiekem dwaze of zondige dingen doen, brengt God ons niet in verlegenheid; wij doen dat zelf. Het is net als het stiekem zaaien van zaad en vervolgens boos worden op God, wanneer er een plant opkomt. Misschien geloven we inderdaad op een bepaalde manier, dat we in staat zijn om dingen goed genoeg te verbergen, zodat dit vers niet echt op onze omstandigheden slaat. Maar als de Schrift zegt, dat geen enkel ding verborgen zal blijven, dan wil dat zeggen, dat alles wat verborgen of verhuld is, zonder uitzondering naar boven gehaald en in het licht geplaatst zal worden.
Laten we ter illustratie eens kijken naar een eenzame figuur. Ze zit aan het eind van een verweerde pier. De wind slaat haar de haren over het gezicht, terwijl ze probeert die achter haar oren te duwen en uit haar met tranen gevulde ogen te houden. Haar benen heeft ze hoog opgetrokken tegen borst om te voorkomen dat de wind vrij spel heeft met het boek op haar schoot. Maar de bladzijden wapperen wild heen en weer, terwijl zij er mee worstelt op zoek naar troost of een antwoord, zonder die te vinden.
Op de leeftijd van tweeëntwintig jaar voelt ze zich overweldigd door de realiteit van haar keuzes. Zij gelooft dat God genadig is, maar is bang dat haar zonde te groot is. Vanavond zal ze geconfronteerd worden met de zaken, waarvan ze juist dacht dat die begraven lagen op de bodem van de zee.
Omdat ze merkt dat het laat wordt, spreekt ze nog één laatste, wanhopig gebed uit en vertrekt. Terwijl ze terugloopt naar de auto neemt ze zich heilig voor om moedig en eerlijk te zijn, wanneer ze de man ontmoet van wie ze houdt. Zij is er zeker van dat hij op het punt staat haar ten huwelijk te vragen, maar voordat hij dat doet, moet hij de waarheid over haar weten. Ze stelt zich opnieuw zijn teleurstelling voor … want deze jonge man is maagd; iemand die zich onthouden heeft met het oog op zijn toekomstige vrouw. Hij verdient beter dan iemand zoals zij. En vanavond zal ze hem dat vertellen.
Nadat ze terug is in haar naargeestige, lege eenkamerflat, neemt ze een douche en maakt zich klaar voor hun tijd samen. Ze had hem al verteld, dat ze met hem moest praten en had gevraagd of ze samen een eind konden gaan wandelen, in plaats van uit te gaan. Ze wilde weg zijn van alle ogen en oren van vreemden op het moment, dat ze het hem zou vertellen.
Zijn flat is maar een paar straten verderop en ze besluit dat ze er alleen naar toe zal lopen, voordat ze samen gaan wandelen.
Ze klopt aarzelend op de deur en vraagt zich af of dit misschien de laatste keer is, dat ze uitgenodigd zal worden om binnen te komen. De deur gaat open en daar staat de beste vriend die ze ooit gekend heeft. Hij voelt onmiddellijk haar worsteling aan en probeert haar in zijn armen te nemen, maar zij houdt een behoorlijke afstand tussen hen beiden. Ze is bang, dat wanneer hij haar zal omarmen, ze haar moed zal verliezen.
Ze kijkt nerveus rond. “Waar is je kamergenoot?” “Hij is op stap met de jongens … is alles goed met je?” “Nee, helaas niet. Ik zal blij zijn als we gepraat hebben.”
“Oké, ik zal even mijn schoenen pakken en dan gaan we … Maar vind je het erg, als ik je eerst een bijbeltekst voorlees? Ik heb de indruk, dat ik die tekst met je moet delen.” Ze knikt verdoofd en trilt zowaar, wanneer hij zich omdraait om de tekst in zijn bijbel op te zoeken. Wat zou God in vredesnaam tegen haar kunnen zeggen? Ze had Hem de hele dag aangeroepen voor maar één enkele fluistering, maar had niets gehoord dat boven het geluid van haar eigen geweten uitkwam. Wanneer tenslotte haar eigen geweten haar veroordeelde, zou God dat dan niet ook doen?
“Hier is het. het is nogal recht voor de raap. Ik hoop niet dat het je beledigt.” “Lees maar voor”, antwoordde ze.
“Nou, ik weet dat je dit allemaal al weet, maar vooruit dan … “Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.” (II Korintiërs 5: 17). Hij vervolgde: “Ik weet dat het raar klinkt, maar ik heb de indruk, dat God tegen mij zei, dat ik jou moest vertellen, dat oude dingen nieuw gemaakt zijn en dat je leek op een … maagd.”
Ze stotterde toen ze antwoord gaf met ogen vol tranen: “Nou, ik ben geen maagd. En dat wilde ik je komen vertellen.”
Hij staat nu voor haar met een hand op haar beide, bevende schouders. “Als God zegt, dat je dat wel bent … hoe zouden wij dat dan kunnen ontkennen?” Ze schudt haar hoofd in ongeloof en opluchting en begint te huilen. Hij trekt haar tegen zich aan en laat haar huilen tot de storm voorbij is en zij zich gereinigd voelt. “Laten we nu die wandeling maar gaan maken.”
“Dankjewel”, antwoordt ze. Ze lopen urenlang met zijn tweeën. Ze zien de zon ondergaan over haar smadelijke geheim, dat dreigde hen te scheiden. Gods genade duurt echt voor altijd.
Dit alles gebeurde ongeveer twintig jaar geleden en John en ik zijn sinds die tijd bij elkaar. Nu weet je waarom ik met heel hart verlang, dat je nooit met de geesten van het verleden zult hebben te worstelen zoals ik.
Als je gezondigd hebt, dan is er maar één manier om deze schaduw van je leven te verwijderen: laat goddelijk berouw elke hardheid van hart doordringen en laat daarna bekering je naar de redding leiden. Jezus is vol genade en heeft grote barmhartigheid voor vrouwen, die afgewezen en verworpen zijn.
Want de droefheid naar Gods wil brengt onberouwelijke inkeer tot heil, maar de droefheid der wereld brengt de dood (II Korintiërs 7: 10).
Goddelijk verdriet brengt ons voorbij de zorg om de gevolgen en richt zich op de relatie met God. Het is het wegnemen van de sluier, zodat we de dingen kunnen zien, zoals ze werkelijk zijn. David geeft ons hiervan het beste voorbeeld met zijn woorden uit Psalm 51: 1
Wees mij genadig, o God, naar uw goedertierenheid, delg mijn overtredingen uit naar uw grote barmhartigheid.

David richt zijn blik op God en doet een beroep op Diens goedertierenheid voor de vergeving van zijn zonden. En daarna belijdt hij zijn zonde als zonde bij God. Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, en gedaan wat kwaad is in Uw ogen, opdat Gij rechtvaardig blijkt in Uw uitspraak, zuiver in Uw gericht (Psalm 51: 4).
Hier is geen sprake van verdediging van zijn daden of het verwijten van anderen. Hij erkent zijn zonden openlijk. Wanneer wij openlijk dingen erkennen, worden we openlijk gereinigd. Wanneer we de diepten van genade nodig hebben (en wees eerlijk, wie van ons heeft dat niet?), verootmoedigen wij onszelf voor God, zodat God ons zal kunnen verhogen uit onze omstandigheden.
Ontzondig mij met hysop, dan ben ik rein, was mij, dan ben ik witter dan sneeuw (Psalm 51: 7).
David verwijdert zich van zonde, wanneer hij vraagt om reiniging. Hij erkent dat hij zichzelf niet kan reinigen en wendt zich opnieuw tot de Here, niet alleen voor de verwijdering van zijn zonde, maar ook voor elk spoor of elke schaduw van haar smet.
Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest (Psalm 51: 10).
In het geloof dat zijn zonde weggenomen is, vraagt hij of God de krachtschenkende genade van een rein hart en een vaste geest in zijn binnenste tot leven wil wekken. David begreep dat zonde een manier heeft om het hart af te stompen en de besluitvaardigheid van onze geest te verzwakken in het dienen van God.
De vooruitgang gaat door: Hergeef mij de blijdschap over uw heil, en laat een gewillige geest mij schragen. Dan zal ik overtreders uw wegen leren, opdat zondaars zich tot U bekeren (Psalm 51: 12-13).
Deze laatste twee verzen zijn waarschijnlijk mijn favoriete teksten uit deze Psalm. Ze bevatten de belofte van herstelde vreugde, daar waar eerst spijt en verdriet regeerden. Het is een belofte, dat er van iets lelijks iets moois gemaakt zal worden. Ze verschaffen ook de gelegenheid om aan anderen te vertellen over de goedertierenheid en liefde van God. Moge onze hemelse Vader elke duistere plaats van spijt veranderen in stralende bakens van Zijn trouw en waarheid. Moge Hij triomferen in jouw verlossing; en met het Woord, dat vlees is geworden in jouw leven, jouw plaatsen van pijn veranderen in voorbeelden van schoonheid en vrijheid.
Artikel is gebaseerd op het boek Kissed the Girls and Made Them Cry.
Dit boek is in vertaling bij Elia Stichting en zal februari 2003 uitgegeven worden onder de voorlopige titel:
‘Een droom wordt een nachtmerrie’- een pleidooi van herstel van gebroken seksualiteit.
Deze bijbelstudie is een vertaling van de nieuwsbrief ‘Messenger’ van John Bevere Ministries – 2002 Volume 3.
Met toestemming van het Europese hoofdkantoor van John Bevere Ministries is deze bijbelstudie op de website van de Elia Stichting geplaatst, omdat onze Stichting steeds nauwer gaat samenwerken met John Bevere Ministries.

Copyrights © 2004 Elia Stichting / Alle rechten voorbehouden. Reproductie en/of presentatie, geheel of gedeeltelijk in welke vorm dan ook zonder schriftelijke toestemming van Elia stichting geldt daarom als schending van het copyright.

Zoeken