English

Het ontwikkelen van een groot geloof

Bijbelstudie van John & Lisa Bevere

Bijbelstudie – aflevering 3 – 2001

Het ontwikkelen van een groot geloof

Enkele jaren geleden ging ik om halfzes in de morgen naar mijn kantoor om te bidden zoals ik al zovele malen daarvoor had gedaan. Echter, voordat ik begon, hoorde ik de Heilige Geest zeggen: “Zoek Lukas 17 op en begin te lezen vanaf vers 5″.

Opgewonden zocht ik de passage op en vond een schriftgedeelte waarmee ik zeer vertrouwd was geraakt. Ik had er zelfs al eens over gesproken, Dit zette echter geen domper op mijn enthousiasme want ik wist dat als de Meester mij een bepaald schriftgedeelte liet lezen, Hij mij iets wilde leren wat ik eerder over het hoofd had gezien. Laten we het maar eens onderzoeken: de apostelen smeekte de Heer: “Geef ons meer geloof” (Lukas 17:5).

Deze mannen hadden ontdekt wat de Meester het meest behaagde: geloof, en wat Hem teleurstelde was juist het ontbreken daarvan. Hebreeën 11:6 vertellen ons klip en klaar: “Zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn. Daar zij bemerkten dat de Heer voortdurend de nadruk legde op geloof of het ontbreken daarvan, verlangden zij nu naar meer en zij smeekten erom”.

Naar aanleiding van hun hartstochtelijk verzoek om meer geloof antwoordde Jezus met deze gelijkenis: indien gij geloof had als een mosterdzaad gij zoudt tot deze moerbeiboom zeggen: word ontworteld en in de zee geplant, en hij zou u gehoorzamen (vers 6) Ik was vertrouwd met de aansporing van Jezus om het geloof van God te hebben zodat, als wij tot de berg zeggen (Zie Markus 11:22-24). De twee schriftgedeelte bevatten dezelfde les, maar ditmaal gebruikte Hij een moerbeiboom.

Jezus illustreert geloof als een mosterdzaad met het oog op het principe van het Koninkrijk wat betreft zaaien en oogsten.

In een andere vergelijking zei Jezus: “Alzo is het Koninkrijk Gods als een mens die zaad werpt in de aarde” (Markus 4:26) Elk van ons is een mate van geloof toebedeeld (Romeinen 12:3) Geloof komt tot ons in de vorm van zaad en het is onze verantwoordelijkheid om het te ontwikkelen en het te laten groeien. Hoe groeit het? Het antwoord is opzienbarend.

Aandachtig las ik de volgende vier verzen van Lukas 17, omdat ik ze nooit goed had kunnen plaatsen. Die morgen echter ontdekte ik dat Jezus Zijn discipelen meer gaf dan slechts wat aanwijzingen hoe zij hun geloof konden doen toenemen: Hij leidde hen naar een manier van leven die direct te maken heeft, met gehoorzaamheid aan gezag, wat op haar beurt ons geloof doet toenemen. Luister naar Zijn gelijkenis: “Wie van u zal tot zijn slaaf, die voor hem ploegt of het vee hoedt, als hij van het land thuiskomt, zeggen. Komt terstond hier aan tafel? Zal hij niet veeleer tot hem zeggen: maak mijn maaltijd gereed, schort uw kleren op en bedien mij, tot ik klaar ben met eten en drinken, en daarna kunt gij eten en drinken? Zal hij de slaaf soms danken, omdat hij deed wat hem bevolen was?” (Lukas 17:7-9) Ik had me altijd afgevraagd waarom de Heer schijnbaar van onderwerp veranderde. Hij ging van het spreken over op geloof dat bomen of bergen optilt, naar de gedragswijze van een dienaar. Het leek me gewoon niet logisch, maar die morgen zou dit alles veranderen.

Ik las deze verzen nog eens aandachtig door, terwijl ik naar mijn hart luisterde voor Zijn inspiratie. Plotseling hoorde ik deze vraag: “Wat is het uiteindelijke doel van een dienstknecht die je vee hoedt? Wat is het eindresultaat? Ik dacht een moment na. Toen kwam het bij me op: om voedsel op tafel te zetten. Ik besefte wat Jezus me wilde vertellen. Als het eindresultaat van het werk van de dienstknecht is het opdienen van voedsel op de tafel van zijn werkgever, waarom zou de dienstknecht dan eten voordat zijn meester had gegeten? Zou hij niet eerst zijn taak afmaken? Natuurlijk zou hij dat! Een onvolbrachte taak kan net zo slecht zijn als een taak die helemaal niet uitgevoerd wordt. Waarom zou je je akker laten ploegen en niet eten?
Waarom je kudden laten hoeden en geen deel hebben aan de wol, het vlees of de melk? Toen ik dit eenmaal begreep, bracht dit me ertoe om de slotsom van de gelijkenis te begrijpen: “Zo moet ook gij voordat gij nadat gij alles gedaan hebt wat u bevolen is , zeggen: Wij zijn onnutte slaven; wij hebben slechts gedaan wat wij moesten doen” (Lukas 17:10)

Terwijl ik aan het lezen was sprongen de woorden alles gedaan en bevolen naar voren. Jezus verbond de gehoorzaamheid van de dienstknecht aan zijn meester met onze gehoorzaamheid aan God. Door dit te doen legt hij drie belangrijke punten vast die verbonden zijn met toegenomen geloof.

Zij zijn als volgt:

1. Er is een direct verband tussen geloof en gehoorzaamheid aan gezag
2. Geloof neemt alleen dan toe als we afmaken wat ons opgedragen is
3. Een houding van waarachtige nederigheid is van het allerhoogste belang om onze Christelijke wedloop succesvol te beëindigen.

Laat me in het kort de eerste twee punten bespreken (Het derde punt bespraken we reeds in een eerdere nieuwsbrief) Ten eerste: het grootste geloof dat Jezus tegenkwam tijdens zijn drieëndertig jarig leven op aarde was niet dat van Johannes de Doper of dat van zijn moeder Maria. Het was niet van de kinderen van Israël die genezing of wonderen ontvingen. Het was ook niet van een van de twaalven. Het was van een Romeins staatsburger, een soldaat, een van Israëls bezetters.

Jezus zei van hem: “voorwaar, Ik zeg u bij niemand in Israël heb ik zo groot geloof gevonden!” Als we dit verbazingwekkend getuigenis van onze Heiland horen, moeten we ons afvragen:” Wat maakte het geloof van deze Romein zo groot? Het antwoord staat duidelijk in de schrift: hij begreep wat het was om onder gezag te staan en leefde ernaar (Matteüs 8:5-13).

Het niveau van geloof waarin wij wandelen is direct gekoppeld aan onze onderworpenheid aan Goddelijk gezag. Hoe groter onze gehoorzaamheid, hoe groter ons geloof. Breng dit nu in verband met wat Jezus zei tegen Zijn discipelen die verlangden naar een groter geloof: “Gij zoudt tot deze moerbeiboom zeggen en hij zou u gehoorzamen” (Lukas 17:6). Bemerk dat Jezus zei dat al dat wij hoeven te doen is een woord uit te spreken en de boom zal ons gehoorzamen! Aan wie is deze moerbeiboom gehoorzaam? Aan degene die “deed wat hem bevolen was” (vers 9).

Het tweede belangrijke punt dat Jezus onderwees is dat ons geloof toeneemt indien wij afmaken wat ons is opgedragen. Een dienstknecht heeft de verantwoordelijkheid om de wil van Zijn meester volkomen uit te voeren, niet slechts een gedeelte of een verkorte versie daarvan. Maar al te vaak beginnen we met opdrachten die we nooit afmaken omdat we onze interesse verliezen of omdat het werk en het lijden te intens wordt. De ware en trouwe dienstknecht maakt het project af, ongeacht de moeiten of hindernissen. Hij bewerkt de akker, verzamelt de vrucht van zijn werk voor zijn meester en bereidt de maaltijd. Dit is wat waarachtige gehoorzaamheid inhoudt. Dit wordt het beste geïllustreerd in het leven van Abraham.

Nadat hij jarenlang gewacht had op het kind der belofte, stelde God hem op de proef door hem de opdracht te geven van zijn enige zoon op te offeren als offerande. De Schrift meldt: “Toen stond Abraham des morgens vroeg op…” (Genesis 22-3). Bemerk zijn onmiddellijke gehoorzaamheid. Sommigen dralen dagen, weken, maanden soms zelfs jaren met de overweging of zij God zullen gehoorzamen. In de tussentijd ligt hun geloof te slapen. Abraham deed er drie dagen over om bij Moria te komen. Deze driedaagse reis gaf hem de gelegenheid om alles nog eens te overdenken. Als hij al van plan was om terug te keren, dan zou hij het gedurende die tijd gedaan hebben. Maar hij deed het niet. Hij ging de hele weg naar de top van de berg en bond zijn enige zoon op het altaar dat zij samen bouwden. Hij hief het mes om Izaäk te slachten totdat de Engel des Heren hem stopte.

Abraham gehoorzaamde volledig! Hij hield niet terug, door zelfs Izaäk op te geven, het belangrijkste in zijn leven, zijn erfgenaam en hoop, zijn belofte van God. Abraham bewees dat zijn hartstochtelijk verlangen om gehoorzaam te zijn, zwaarder woog dan zijn verlangen naar de beloften! Om die reden wordt hij de vader van het geloof genoemd (Romeinen 4:11 en 12) en de vriend van God. Ook wij moeten dit besluit in ons hart nemen en bewaren, want God zegt: “Zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn” (Hebreeën 11:6). Geloof is geen waarachtig geloof zonder gehoorzaamheid. Vergis u niet: de Schrift maakt duidelijk dat geloof door gehoorzame daden volkomen wordt (zie Jakobus 2:20-26).
In deze dagen zoekt de Heer naar mannen en vrouwen die God zullen gehoorzamen ongeacht de kosten. Zij zullen Geestelijk gezag erkennen en zullen standvastig in hun dienstbetoon zijn, zoals de trouwe dienstknecht, waarover Jezus sprak die de akkers van zijn meester bewerkte. Zij zullen degene zijn die in groot geloof wandelen en die machtige daden zullen doen. Zij zullen zijn heerlijkheid manifesteren en invloed uitoefenen op hun buren, hun woonplaats, hun land en de wereld.

(Dit artikel is onttrokken aan Johns nieuwste boek: Under Cover – Your Secret Place of Freedom). Deze bijbelstudie is een vertaling van de nieuwsbrief ‘Messenger’ van John Bevere Ministries – 2001 Volume 3.

Het boek ‘Under Cover’ is in het Nederlands verschenen onder de naam: ‘Under Cover’- Gods geheime bescherming over je leven – bij Elia Stichting en te bestellen voor € 13,75 bij de uitgever of in de boekhandel.
Copyrights © 2004 Elia Stichting / Alle rechten voorbehouden. Reproductie en/of presentatie, geheel of gedeeltelijk in welke vorm dan ook zonder schriftelijke toestemming van Elia stichting geldt daarom als schending van het copyright.

Zoeken